Wageningen ontwikkelt ‘snoetenpoetsertest’ op resten antibiotica
Resten van antibiotica kunnen betrouwbaar worden aangetoond in monsters die zijn genomen door met een vochtig doekje over een dier te vegen.
Deze conclusie trekken onderzoekers van Wageningen Food Safety Research (WFSR) uit een praktijkstudie op 98 Nederlandse vleeskalverbedrijven. De methode is volgens de onderzoekers ook toe te passen bij andere diersoorten en kan zelfs worden gebruikt om stallen te checken op resten van antibiotica.
Alternatief voor levende dieren
Het onderzoek naar een alternatieve techniek voor testen op antibioticaresten, werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LVVN. Tot nu toe controleert de NVWA op residuen in vlees. De gebruikte methode kan niet worden toegepast op levende dieren en de periode waarin resten aantoonbaar zijn, is relatief kort.
In eerste instantie keken de onderzoekers naar haren en veren. Hierin blijven antibioticaresten langer aanwezig dan in vlees. De effectiviteit van deze manier van testen was goed, maar het nemen van haarmonsters was bij vleeskalveren niet praktisch. Analyseren van haar in een laboratorium kostte bovendien veel tijd.
Veegmonster met snoetenpoetser
In de zoektocht naar een meer praktische methode kwamen de onderzoekers uit bij de ‘doekjesmethode’, die onder andere al wordt toegepast om in stallen bacteriën op te sporen. Ze gebruikten hiervoor vochtige doekjes die vergelijkbaar zijn met snoetenpoetsers voor kinderen. Na een veeg over het dier werd het doekje bewaard in een buisje om het later in een laboratorium te kunnen testen. Daar werden eventuele resten van antibiotica ‘los’ gemaakt met een oplosmiddel. Na zuiveren werd het monster geanalyseerd met zogenaamde vloeistofchromatografie-massaspectrometrie, waarmee stoffen op molecuulniveau aantoonbaar zijn.
Ook testen in stallen
De doekjesmethode blijkt ook bruikbaar om vast te stellen of stallen nog antibioticumresten bevatten, en zo ja, welke. Met kennis over de aanwezigheid van residuen in hokken kunnen veehouders volgens de onderzoekers voorkomen dat gezonde dieren in aanraking komen met antibiotica. Zo kunnen ze het risico beperken op de ontwikkeling van resistenties.