Sitemenu

maandag 23 mei 2022
content-main-left

Nieuws

Kan ik aan de hand van het temperatuursverloop het tijdstip van insemineren bij Belgisch witblauwe koeien beter bepalen als de koe weinig zichtbare tochtverschijnselen vertoont? Het ILVO rundveeloket geeft antwoord.

De lichaamstemperatuur van een koe varieert normaal gezien binnen fysiologische grenzen. De regeling van de temperatuur gebeurt door een inwendige thermostaat in de hersenen van het rund, die zorgt voor een evenwicht tussen productie en behoud van lichaamswarmte en de afgifte van warmte door straling en zweten.

De normaalwaarden verschillen naargelang de leeftijd van het dier: tussen 38,5 en 40,5 °C voor een pasgeboren kalf, tussen 38,6 en 39,4 °C voor kalveren, tussen 38,0 en 39,3 °C voor een volwassen melkkoe en tussen 36,7 en 39,1 °C voor een volwassen zoogkoe.

Bij het meten van de (rectale) temperatuur houdt men best rekening met het tijdstip van de dag, de arbeid, de omgevingstemperatuur en schommelingen door dracht of hormonale oorzaken.

Temperatuur bij bronst Belgisch witblauw

De lichaamstemperatuur van een koe wijzigt tijdens de vruchtbaarheidscyclus. In de laatste week voor de eisprong zakt de lichaamstemperatuur eerst tot deze 48 tot 24 uur voor de eisprong terug stijgt (+0,3 tot 1,2 °C). Op dat moment zouden ook de andere bronstindicaties maximaal zichtbaar moeten zijn. Koeien die niet duidelijk tochtig zijn op basis van de andere indicatoren zullen wellicht ook een minder uitgesproken temperatuurschommeling vertonen. Onderzoekers konden op basis van temperatuur de eisprong met matig succes voorspellen (detectie 78 % , vals positief 12 %).

Belgisch Witblauwe runderen hebben een vrij brede range voor hun ‘basistemperatuur’ (36,7 – 39,1 °C) die ook vrij sterk kan schommelen. Ook het tijdstip van meten speelt mee: ’s morgens is de temperatuur doorgaans lager dan ’s avonds, alsook het seizoen: ’s zomers hoger dan ’s winters. Hierdoor is lichaamstemperatuur een lastigere en minder betrouwbare indicator. Om bronst toch via de temperatuur te monitoren bepaal je best per dier de ‘basistemperatuur’, door regelmatig meten op momenten dat er geen afwijking verwacht wordt.

Temperatuur bij kalven

Eén tot twee dagen voor kalven vertoont de lichaamstemperatuur een geringe stijging, gevolgd door een daling 12 tot 36 uur voor de kalving. Om het temperatuurverloop goed te kunnen interpreteren neem je best twee keer per dag (’s ochtends en ’s avonds) de temperatuur op. Hou er rekening mee dat de avondtemperatuur altijd wat hoger is dan de ochtendtemperatuur.

Als je de temperatuurdaling waarneemt, zal de kalving niet lang meer op zich laten wachten. Als de koe dan ook uitwendig laat zien dat ze klaar is om te kalven (verweken, opuieren, gezwollen vulva) kan ze worden opgevoeld.

Bij het meten van de (rectale) temperatuur houdt men best rekening met het tijdstip van de dag, de arbeid, de omgevingstemperatuur en schommelingen door dracht of hormonale oorzaken.
Bij het meten van de (rectale) temperatuur houdt men best rekening met het tijdstip van de dag, de arbeid, de omgevingstemperatuur en schommelingen door dracht of hormonale oorzaken.
right