Sitemenu

dinsdag 26 mei 2020
content-main-left

Nieuws

De vrijwillige bestrijding van ibr en bvd op melkveebedrijven maakt progressie in Nederland. Niet-melkleverende bedrijven blijven achter

Volgens cijfers van ZuivelNL was eind 2017-begin 2018 zo’n 65% van de melkveebedrijven ibr-onverdacht en ibr-vrij . Eind 2019 was dit al 75,2%. Voor bvd steeg het percentage onverdacht en vrij van 74,7% naar 78,6%.

Bij de niet-melkleverende bedrijven lag eind 2019 het percentage ibr-onverdacht en ibr-vrij op 77,4% en voor bvd op 70,9 %. Een kanttekening is hier wel te plaatsen: bij de niet-melkleverende bedrijven neemt slechts 23 procent deel aan de vrijwillige bestrijding van IBR en slechts 19 procent aan de vrijwillige bestrijding van bvd.

Verplichte bestrijding nodig

Beide ziektes zullen altijd blijven bestaan indien niet alle rundersectoren in Nederland in een verplicht bestrijdingsprogramma zitten, zeggen vele Nederlandse diergezondheidsspecialisten. Daartoe is echter een besluit van de Nederlandse regering nodig in een AMvB (een algemene maatregel van bestuur).

Het landbouwministerie stelde in 2017 er uitvoering aan te zullen geven. Nu wordt 2021 als ingangsdatum genoemd.

Zonder verplicht IBR- en BVD bestrijdingsprogramma zullen er altijd haarden en dus uitbraken zijn in Nederland
Zonder verplicht IBR- en BVD bestrijdingsprogramma zullen er altijd haarden en dus uitbraken zijn in Nederland
right