Sitemenu

maandag 27 juni 2022
content-main-left

Nieuws

Er komt een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die de bestrijding van ibr en bvd vanaf 1 januari 2023 wettelijk verplicht voor alle Nederlandse rundveehouders. Wat betekent dit besluit voor Nederlandse vleesveehouders ? 

Helaas is daar geen antwoord op. Een belronde door de redactie heeft niets opgeleverd. De algemene teneur is dat het wachten is op de uitvoeringsbesluiten vooraleer gevolgtrekkingen kunnen gemaakt worden.

Status Nederlandse zoogkoeienbedrijven

Volgens het rapport ‘kansen voor vleesvee’ (Baltussen, 2019) waren er in 2017 zo'n 3.217 bedrijven met vleesvee geregistreerd, die gezamenlijk 175.000 runderen voor de vleesproductie hadden. Daarvan waren 59.000 vrouwelijke dieren ouder dan twee jaar en 52.000 stieren ouder dan een jaar. De overige runderen zijn vrouwelijke dieren jonger dan twee jaar en mannelijke dieren jonger dan 1 jaar.

Op basis van steekproef bloedonderzoek op zoogkoeienbedrijven bleek dat in 2019 zo’n 8 procent van de bedrijven runderen had met antistoffen tegen ibr (2017: 8 procent) en op 8 procent van de bedrijven had het jongvee antistoffen tegen bvd (2015: 16 procent). 

De bestrijding van ibr en bvd op niet-melkleverende bedrijven geschiedt tot op de dag van vandaag op vrijwillige basis. 20 % procent van de deelnemende bedrijven heeft de vrije of overdachte status voor ibr en 17 % voor bvd (diergezondheidsmonitor GD, derde kwartaal 2021). 

Route naar ibr- en bvd-vrij

De kern van de ibr-aanpak op bedrijfsniveau is elk half jaar een IBR-koppelvaccinatie. Bij consequent vaccineren, de juiste preventieve maatregelen en geen dieren aanvoer met IBR-antistoffen, groeit  door natuurlijke vervanging langzaam maar zeker de IBR-besmetting uit op het bedrijf. De bewaking van de IBR-vrije status gebeurt aan de hand van monsters die in het slachthuis worden genomen.

Voor de bestrijding van bvd is het actief opsporen en afvoeren van BVD-dragers essentieel. Opsporen kan via bloedonderzoek op antistoffen of via een oorbiopt op de aanwezigheid van het virus. Bedrijven met een vrij-status of onverdachtstatus, kunnen volstaan met het bewaken van deze status via halfjaarlijks bloedonderzoek of structureel via oorbioptenonderzoek van alle pasgeboren kalveren. 

Kosten maar ook baten

Voor analyses kan een niet-melkleverend bedrijf voor een vast bedrag per bedrijf per kwartaal bij de GD terecht: de ibr-route vaccinatie kost per kwartaal 32,15 euro, de bvd route oorbiopten kost 35,80 euro per kwartaal. Dit is exclusief de intakekosten (= bloedonderzoek van alle runderen ouder dan een jaar bij opstart), de vaccinatiekosten, aankoop oorbiopten, dierenartskosten en de certificeringskosten.

Anderzijds zijn ibr- en bvd besmettingen ook een verliespost voor het bedrijf. Diergezondheid Vlaanderen (DGZ) rekende in 2013 voor dat ibr op het Vlaamse bedrijf gemiddeld 37 euro verlies per koe per jaar betekent. Bvd op het bedrijf zorgt voor een verlies van 60 euro per koe per jaar.

Op basis van steekproef bloedonderzoek op zoogkoeienbedrijven bleek dat in 2019 zo’n 8 procent van de bedrijven runderen had met antistoffen tegen ibr en op 8 procent van de bedrijven had het jongvee antistoffen tegen bvd
Op basis van steekproef bloedonderzoek op zoogkoeienbedrijven bleek dat in 2019 zo’n 8 procent van de bedrijven runderen had met antistoffen tegen ibr en op 8 procent van de bedrijven had het jongvee antistoffen tegen bvd
right