Sitemenu

zondag 9 mei 2021
content-main-left

Nieuws

De betere prijsvorming voor stieren en koeien in 2020 deed menig zoogkoeienhouder hopen op betere tijden. Diepgaandere analyse van de cijfers door Boerenbond tempert de euforie. De voerkosten stegen harder in 2020. 

Dirk Audenaert, landbouwconsulent bij Boerenbond, analyseerde de bedrijfseconomische resultaten uit de Focus boekhouding op de website van Boerenbond.

‘De bedrijfseconomische resultaten gelden voor gesloten bedrijven met witblauwe runderen die zowel de stieren als de koeien op het bedrijf afmesten,' schrijft Dirk Audenaert in een introductie. 'Let wel, traditioneel zijn de cijfers van deze bedrijven beter dan het totale gemiddelde van de sector. Voor veel zoogveebedrijven zijn de cijfers in de tabellen dan ook de na te streven waarden.’

Stieren doen het beter dan koeien

De betere prijsvorming voor de stieren zorgt voor een prijsstijging van 0,5 euro/kg geslacht gewicht gedurende het jaar 2020. ‘Maar deze stijging zette zich pas door in de maand juni, zodat deze meerwaarde enkel vast te stellen is bij de stieren die in de tweede jaarhelft werden verkocht,’ legt Audenaert uit. ‘Het voorlopig gemiddelde komt daardoor slechts uit op een prijsstijging van 0,22 euro/kg geslacht over alle verkochte stieren in 2020.’

Bij de koeien is er een minder uitgesproken prijsstijging met slechts 0,13 euro/kg levend gewicht. ‘Maar wel blijkt dat de technische kengetallen nog steeds verbeteren. De leeftijd bij de eerste kalving blijft prima op een gemiddeld cijfer van 25 maanden. De gemiddelde leeftijd van de reforme koeien was 48 maanden, wat eveneens een prima cijfer is. Als je dan het bijbehorende aflevergewicht van 850 kg levend in rekening brengt, weet je dat de groei steeds op niveau was. ‘

Opmerkelijk is het toegenomen cijfer van sterfte en doodgeboren kalveren in 2020. Het totaalcijfer (12,1%) ligt duidelijk boven het cijfer van de vorige jaren. De hitteperiode in de zomer zorgt voor iets meer te vroeg geboren kalveren (vanaf 7 maanden dracht) en sterfte bij de jonge kalveren. Uitval bij oudere dieren zorgt ook voor een behoorlijke impact op het totale inkomen.

Hogere kosten: elk jaar opnieuw!

De keerzijde van de medaille van 2020 is evenwel dat de kostprijs ook verder is gestegen. Bij de voederkosten stegen de kostprijs van het krachtvoer en van het ruwvoeder.

De hogere ruwvoederkosten per zoogkoe zijn vooral te verklaren door de lagere ruwvoederopbrengsten van de voorbije droge zomers. Dirk Audenaert: 'Het is ook een enorme uitdaging om met de huidige bemestingsnormen voldoende kwalitatief gras te produceren. Enerzijds zijn er de lagere opbrengsten, maar anderzijds ook de voortdurend stijgende kostprijs per hectare ruwvoeder (pacht, bemesting, fyto, zaaigoed, loonwerk …).'

De hogere krachtvoerkosten per zoogkoe vinden hun oorzaak in de gestegen prijs van het krachtvoer. Uit de gegevens van 2020 komt een gemiddelde meerkost van 10 euro/ton krachtvoer.

Inkomen op niveau van 5 jaar geleden

Dirk Audenaert: ‘Het eindresultaat van de meeropbrengst en meeronkosten zorgt voor een inkomen dat in 2020 zelfs nog iets onder het niveau van 2015 zit. Er is dus helemaal geen reden tot euforie. De evolutie van de steeds stijgende kosten werd tussen 2015 en 2019 helemaal niet gecompenseerd door betere prijzen.’

De zoogkoeienpremie zorgde ook in 2020 voor 70% van het arbeidsinkomen bij de geselecteerde groep bedrijven

Bedrijfseconomische kengetallen (bron: Focus boekhouding, Boerenbond)
Bedrijfseconomische kengetallen (bron: Focus boekhouding, Boerenbond)
right