Sitemenu

maandag 23 mei 2022
content-main-left

Nieuws

Welke maatregelen kan een vleesveehouder nemen om de ammoniakemissie op zijn bedrijf te beperken? En wat is de impact van deze maatregelen op de productiviteit van het vleesvee? Tijdens een webinar van het Ilvo gaf vleesvee-onderzoekster Karen Goossens hierop een antwoord.

In het kader van de Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS) zijn onderzoekers naarstig op zoek naar maatregelen om de stikstofuitstoot naar het milieu te reduceren.

In tegenstelling tot een melkveehouder beschikt een vleesveehouder niet over meerdere tools om effectief de stikstofuitstoot op zijn bedrijf in te beperken. De enige erkende PAS-maatregel voor vleesvee is momenteel weidegang. ‘Het voerspoor is wel een beloftevolle maatregel,’ gaf Karen Goossens aan, ‘en met name op de reductie van het ruweiwitgehalte.’

Uit proeven op het Ilvo bij witblauwe vaarzen van 15 tot 24 maanden blijkt immers dat een laag eiwitrantsoen van 12% ruweiwit resulteert in een reductie van de ammoniakemissie met 35 procent.  ‘15 procent minder stikstofopname (in gram per dag) kan dus een effectieve PAS-maatregel zijn voor vleesvee.’

Effect op de dierprestaties vaarzen.

Maar wat is de impact van een eiwitverlaging in het voer op de dierprestaties? Bij Belgisch witblauwe vaarzen jonger dan 12 maanden is gebleken dat een laag eiwitrantsoen met 12% RE, niet wenselijk is omdat dit de dierprestaties (groei) vermindert met zo’n 100 gram/dag. Bij vaarzen vanaf 12 maanden tot 15 maanden ouderdom was het verschil in groei met een hoog eiwitrantsoen (14% RE) klein en vanaf 15 maanden presteerden de vaarzen zelfs beter op een laag eiwitrantsoen.

'In onze proef bedroeg de groei over de periode van 9 maanden tot 18 maanden 981 g/dag bij een laag ruweiwit rantsoen (12% RE) en 991 g/dag bij een rantsoen met hoog ruweiwitgehalte (14% RE),' vat Karen Goossens samen. 'Te sterk reduceren van het ruweiwit in het rantsoen voor vaarzen jonger dan 1 jaar is dus niet wenselijk. Maar vanaf 1 jaar kan reduceren tot 12% RE wél zonder significante gevolgen op de dierprestaties onder de voorwaarde dat de dve-normen worden gerespecteerd.’

Plus 20 kg is niet altijd winst

In de proefstallen van Dumoulin aangelegd met afmeststieren van het Belgisch witblauw ras werden 4 rantsoenen vergeleken: drie rantsoenen met sojaschroot van respectievelijk 14%, 16% en 18% ruweiwit en één rantsoen zonder sojaschroot (maar met bestendig ureum en lokaal geteeld eiwit) van 14% ruweiwit.  

Op het einde van de proef op 18 maanden bleek er amper een verschil in dierprestaties. De groei van 9 maanden tot slachtleeftijd op 18 maanden was vergelijkbaar. De stieren op een rantsoen van 18% RE waren wel 20 kg zwaarder maar hadden ook een duurdere voerkost. Het netto-resultaat (waarde karkas - voederkost) was het gunstigst voor de twee rantsoenen met 14% RE. Ook de stikstofefficiëntie was duidelijk beter bij deze twee rantsoenen. Karen Goossens: 'Een laag eiwitvoeding kan dus ook economisch interessant zijn. Er werd daarbij ook geen effect vastgesteld op de diergezondheid van de afmeststieren.'

Een laag eiwitvoeding kan economisch interessant zijn en de stikstofemissie inperken.
Een laag eiwitvoeding kan economisch interessant zijn en de stikstofemissie inperken.
right