Ruwvoer

Verschil in ruw eiwit tussen voor- en najaarskuilen groeit

Najaarskuilen vormen een steeds groter aandeel van het rantsoen
Najaarskuilen vormen een steeds groter aandeel van het rantsoen

Het verschil in ruweiwitgehalte tussen voorjaarskuilen en najaarskuilen is de laatste tien jaar groter geworden.

Deze conclusie trekken specialisten van Eurofins Agro uit een analyse van de kuiluitslagen over de afgelopen tien jaar.

Ruw eiwit in voorjaarskuilen sterk gedaald

De voorjaarskuilen uit de jaren 2016 tot en met 2019 bevatten gemiddeld 166 gram ruw eiwit per kg ds. In dezelfde periode was het re-gehalte in de najaarskuilen gemiddeld 179 gram per kg ds. In de jaren 2021 tot en met 2024 was het gemiddelde re-gehalte in de voorjaarskuilen gedaald tot 145. In de najaarskuilen bleef dit gehalte met 174 gram re per kg ds min of meer op peil. Het verschil tussen voorjaarskuilen en najaarskuilen nam door deze ontwikkeling sterk toe. Ook voor andere kenmerken, zoals bijvoorbeeld het gehalte aan fosfor en koper, vond Eurofins Agro een toenemend verschil tussen voorjaar en najaar.

Weer en bemesting

De specialisten schrijven de ontwikkeling onder andere toe aan toenemende verschillen in weersomstandigheden tussen voor- en najaar. Bovendien is sinds 2016 de totale mestgift verlaagd en ook de gehalten in drijfmest zijn verminderd. Daarbij is een steeds groter deel van de mest voor de eerste sneden gegeven, waardoor de nalevering vanuit de bodem in het najaar belangrijker is geworden. 

Najaarskuilen belangrijker in het rantsoen

De specialisten wijzen er ook op dat najaarskuilen een steeds groter aandeel van de grasoogst vormen. Een goede inpassing in het rantsoen is daardoor extra belangrijk geworden. Omdat de verschillen in samenstelling tussen najaarskuilen groot zijn is het volgens Eurofins Agro zinvol om ook deze kuilen uitgebreid te laten analyseren.